Tineke Reijnders                   Peter Brunsmann                    Joost Pollmann



Droge cijfers in pasteuze grond
Schilderijen van Peter Brunsmann

Tineke Reijnders

1997


Citaat



In de schilderijen van Peter Brunsmann gaat de schilderkunstige traditie een huwelijk aan met de actuele statistiek. Dat kan niets anders opleveren dan een gespannen verbintenis en wie deze schilderijen voor de eerste keer ziet, ervaart dan ook een schok. De schilderijen voldoen geheel aan de materiële voorwaarden, maar wat ontbreekt is figuratie, en abstract zijn ze ook al niet.

Deze werken zijn dragers van teksten en grafieken, oftewel voertuigen van sociologische metingen, een functie waarbij je eerder denkt aan affiches en drukwerk dan aan ambachtelijke, schilderkunstige verwerking. Maar de korte attentiewaarde van de slogan is niet iets waar Peter Brunsmann op uit is. Onrecht en misdaad brengen bij hem oprechte verontwaardiging teweeg, die een medium verdient met een langwerkend effect. Daarom brengt hij zijn betrokkenheid bij dat wat in de vakliteratuur nu eenmaal wordt uitgemeten in woorden, cijfers en zigzaglijnen, tot uiting in het schilderij, in het medium dat bij uitstek de aandacht vertraagt en verdiept. Dit raadselachtige vermogen van de schilderkunst komt dus uitstekend van pas.

Schilderkunst is wel vaker ingezet als strategisch medium, vooral om vorm te geven aan gevisualiseerde constructies van ideeën (Magritte, Scholte). De schilderwijze is dan glad en efficiënt. Ook bij Brunsmanns thema's, met hun in taal en teken vervatte boodschap, zou je een zakelijke techniek verwachten. Maar het tegendeel is waar: hij maakt juist veel werk van het eigenlijke schilderen. Uiterst doordacht gaat hij om met elementen als kleur en textuur van het fond, kleur en vorm van de letters en cijfers.

De zware thematiek vindt zijn parallel in de talrijke lagen verf. Soms ontstaat daaruit een pasteus oppervlak, andere keren is gelaagdheid nodig om plaats te bieden aan teksten die als sgraffiti in de verf worden gekrast. Die teksten zijn leesbaar, al kost het moeite, en houden verband met het onderwerp, ze vormen er de achtergrondinformatie van. Aan de rand van deze letters ontstaan opeengehoopte randjes verf, die voorwerp zijn van een wisselende lichtval en daarmee zorgen voor een levendige huid.

Ook de relatie tussen voorgrond en achtergrond, tussen informatie en schilderkunstig fond, is onderhevig aan spanning. De achtergrond is beweeglijk, golft hier en daar als de zee, terwijl de informatie nuchter en onomstotelijk overkomt. Hoewel de tegenstrijdige componenten anders doen vermoeden, worden de schilderijen nergens kunstmatig of nadrukkelijk. Integendeel, er spreekt ingetogenheid uit, een merkwaardige introverte diepzinnigheid die aan de droge cijfers de gevoelswaarde geeft van een persoonlijke ervaring.

Het transformeren van algemene waarheden in individuele beleving is een mooi fenomeen in de kunst. Tenzij oog in oog met de schilderijen van Peter Brunsmann, zou niemand zich voor kunnen stellen dat dorre grafieken en lijstjes ooit een zo contemplatieve kracht zouden bezitten. In hun kale opsomming hebben de gegevens iets absurdistisch. Ze wekken haast de lachlust op, onbewust zoek je ontsnapping uit de rigide ernst van het onderwerp. Maar de nuances en subtiliteiten van de schildering doen de blik traineren.

Schriftuurlijke elementen komen voor in de schilderijen van Twombly en ook in die van Kounellis en Ruscha, terwijl teksten het artistieke materiaal zijn van Weiner en Kosuth.

In het werk van Brunsmann gaat het niet om de poëzie of om filosofische overwegingen. Hier treedt de naakte maatschappelijke waarheid op de voorgrond. Wat dat betreft kunnen ook kunstenaars als Holzer en Kruger met Brunsmanns werk in verband worden gebracht. Het engagement is immers vergelijkbaar; de methodes en de sfeer hebben daarentegen weinig gemeenschappelijks (de methodes van de reclame versus de aloude schilderkunst).

Overigens bestaan Brunsmanns wetenschappelijke citaten meestal niet uit integrale passages. Bij voorkeur maakt hij een aansprekende keuze, die ondubbelzinnig is ten aanzien van het onderwerp, maar wel ruimte laat voor minder gerichte interpretaties. Zoals de meticuleuze, gelaagde opbouw van het schilderij bijdraagt aan de zeggingskracht, zo is ook de kwaliteit van de tekst en de uitsnede van de gegevens een factor van precisie. Het is maar goed, dat zoveel doorwrochtheid een relativerende balans vindt in de utopie van empirische feitelijkheid. Hoe ernstig ook de inhoud, aan het naïeve idee dat we met meten van alles kunnen beteugelen, ontlenen de schilderijen een ongerijmde lichtheid.