Tineke Reijnders                   Peter Brunsmann                    Joost Pollmann



Peter Brunsmann: tussen vertaling en vertekening

Joost Pollmann

2016



Peter Brunsmann heeft een gespleten oeuvre. Hij maakt beurtelings tekeningen en schilderijen, en als hij bezig is met het één, kan hij niet bezig zijn met het ander. In veel schilderijen ontbreekt vrijwel ieder spoor van een eigen handschrift, in de tekeningen stopt hij juist zoveel mogelijk handschrift. De schilderijen zijn politiek-historisch, cerebraal en becommentariërend, terwijl de tekeningen intiem zijn en kwetsbare mensfiguren tonen. Zowel de schilderijen als de tekeningen getuigen van zijn engagement, maar elk in heel andere beeldtaal. Brunsmann zegt hierover: "Beide soorten werk komen voort uit dezelfde persoon: ik accepteer dat er verschillende dingen in mij leven. Ik ben tolerant ten aanzien van de beelden die ik kennelijk wil maken."

Over de schilderijen

In de jaren zeventig werd Europa opgeschrikt door links terrorisme: Brigate Rosse in Italië, de RAF in Duitsland. Peter Brunsmann was in Berlijn en Hamburg toen deze steden volhingen met affiches waarop zwartwitfoto's van de gezochte terroristen waren afgebeeld. Bij een eenvoudige kaartcontrole werd hij onder schot gehouden: veiligheid boven alles. Deze episode heeft hem geïnspireerd tot een serie schilderijen over de belangrijkste RAF-leden en de manier waarop ze aan hun einde zijn gekomen. 'Hinter einer braunen Wolldecke/ hing Gudrun Ensslin/am Fenstergitter./Erhängt am Kabel ihres Plattenspielers". Deze woorden, afkomstig van iemand die het belangrijk vond om te melden dat de deken bruin was, heeft Brunsmann onder elkaar op het doek geplaatst, zo strak mogelijk, onpersoonlijk. De ondergrond is van een vibrerend blauw en die trilling komt voort uit het feit dat er een palimpsest van teksten onder is geschreven, letters over letters, taal over taal. Deze onleesbaar geworden teksten gaan over de daden en gedachten van Gudrun Ensslin, je kunt ze de typografische pendant noemen van haar verleden en van haar identiteit. Dit procedé herhaalt Brunsmann op andere doeken, bijvoorbeeld dat over het proces van O.J. Simpson, waarop de juryleden worden voorgesteld ('Hispanic - Man - 32 - Married - Truck Driver') in strakke letters die zijn geplaatst op een ondergrond van wederom onleesbare, dwarrelende letters. Het zijn vertalingen van maatschappelijke gebeurtenissen die mechanisch ogen, al zijn ze met gevoelvol handwerk op het linnen gezet.
Het is tijdrovend monnikenwerk om de werken te schilderen, bekent Brunsmann, maar hij kiest liever voor deze aanpak dan voor het cliché. Op zijn schilderij ' Black Lynch Victims' zie je geen zwarte man aan een boomtak hangen, dat beeld kenden we al, wel zie je grafieken met de aantallen lynchslachtoffers in relatie tot schommelingen in de katoenprijs. In die subtiele benadering heeft Brunsmann zijn verontwaardiging verpakt.

Over de tekeningen

"Pulp kan een hoge kwaliteit bezitten,"zegt Brunsmann. "Hoog en laag interesseren me niet, ik heb daar geen hiërarchische gedachten bij." In zijn tekenwerk gebruikt hij veelvuldig stripboeken als inspiratiebron en hij noemt strips "een rijke oceaan aan beelden en verhalen". Maar denk hierbij niet aan slaafse weergaven van het origineel, want Brunsmann kiest één aspect uit de striptekening die hem inspireert en maakt daarvan in een hoogst individuele stijl zijn eigen beelden. Appropriation noem je dat, toeëigening. Hij laat een strip van Robert Crumb zien, die Kafka heeft getekend terwijl hij zweeft van de zenuwen. Brunsmann ziet meteen dat dit voor hem een interessant beeld is, met lijnen die hij kan gebruiken, dat er een spanning in zit die zijn hand kan sturen. Het 'tekenend toeëigenen' gaat heel snel, intuïtief, de oliepastel draait krullen op het papier zonder dat de hand wordt opgetild, het beeld moet in een soort automatisch schrift tot stand komen.
Brunsmann tekent twee keer per week 'naar het leven' om zijn blik en zijn handschrift te oefenen. Hij werkt in hoog tempo, maakt dertig tekeningen in twee uur. Weer terug in zijn atelier, snijdt hij zijn vellen op het gewenste formaat, spuit fixatief op en gaat aan de slag, tekening na tekening om in een flow te komen. Het transformatieproces vereist optimale concentratie. Om een voorbeeld te geven: in een pulpboekje staat een plaatje van een dronken man in een leunstoel, met scheefgezakt hoofd. Brunsmann ziet direct dat hij daar wat mee kan. Zijn oliepastel tovert een christusfiguur op het papier, een Ecce Homo waar je weliswaar het origineel in ontdekt, maar de lijnen waarin de figuur nu is gevangen zijn onmiskenbaar Peter Brunsmann. Hij noemt deze werken: vertekeningen.

Lijnen

Op een tafel in zijn atelier liggen gele post-it-briefjes met korte zinnen. Op één ervan staat: "Ik hou ook van rommelige, ruwe, hoekige tekeningen." Complexe composities trekken hem meer aan dan simpele. Om het landschappelijk uit te drukken: "Ik heb liever de Dolomieten dan de polder." Hij heeft de behoefte om de beelden die hij gebruikt te problematiseren en daarvoor heeft Brunsmann een aantal karakteristieke lijnsoorten ontwikkeld. Zoals de wollige lijn, waarbij hij met licht potlood zo vaak over woorden heen schrijft tot ze onleesbaar zijn geworden en er een kalligrafische 'wolk' ontstaat. Of de prikkeldraadlijn, die je krijgt door beurtelings hard en zacht op het papier te drukken zonder de hand van het papier te halen. Het effect is een stugge, onwillige lijn.

Synthese

Brunsmann werkt nu aan een serie kleine schilderijen die een synthese gaan vormen tussen de polen van zijn oeuvre. Op deze doeken zullen weer teksten verschijnen, onleesbaar gemaakt, maar ze zijn ontleend aan stripboeken. Dit keer zijn het niet de beelden die hem inspireren, maar de woorden die stripmakers plaatsen in de balloons. De Loopgravenoorlog '14 - '18 van Jacques Tardi is bijvoorbeeld een belangrijke inspiratiebron, want deze stripmaker heeft uitgesproken politieke ideeën over oorlog. "De beelden en de teksten in zijn strip zeggen eigenlijk hetzelfde,"zegt Brunsmann, terwijl hij Tardi's tekeningen van modder, prikkeldraad en misère laat zien. "Maar ik laat zijn beelden weg en zorg dat je geconcentreerd bent op de teksten." De dingen op een zeer persoonlijke manier interpreteren, volstrekt eigenwijs, ook dat karakteriseert het werk van Brunsmann.